In de Standaard van 11 mei verscheen er een opiniestuk van Mia Doornaert (redactrice buitenland van DS) met de titel ‘Republiek of democratie?’.
Mia Doornaerts is met haar tweewekelijkse rubriek in DS ‘Doorgeprikt staat netjes’, gekend voor haar zeer achterdochtige en paranoïde houding ten opzichte van alles wat naar islam of Arabisch ruikt. Een van haar technieken is om sommige wantoestanden in een aantal Arabische landen op de Vlaamse moslimgemeenschap te projecteren en aan de hand daarvan conclusies te trekken als zou de Islam in Vlaanderen niet verenigbaar zijn met onze democratische verworvenheden.
In het bewuste opiniestuk van 11 mei, waar ze het heeft over de moslimdemocraten in Turkije en het gevaar dat ze zouden betekenen voor het seculiere model van Atatürk, valt Doornaert schrijver Tom Lanoye en andere ‘progressieven’ aan, door hen hopeloos en zelfcensurerend te noemen. Barones Doornaert heeft het moeilijk met het feit dat een schrijver als Tom Lanoye op 30 april in naam van de Verlichting zich fel tegen het hoofddoekverbod heeft uitgesproken. Doornaert die het gewoon is om geen tegenwind te krijgen van de allochtone gemeenschap heeft zich echter lelijk vergist in Tom Lanoye, die duidelijk ver boven haar staat wanneer het gaat over het doorprikken van leugens. De Standaard publiceert vandaag een wederreactie van de schrijver waarin hij het ballonnetje van Doornaert netjes doorprikt. Het stuk heet ‘Doortrapte haatpamfletjes’ en kan u hieronder lezen:
Doortrapte haatpamfletjesIn haar rubriek 'Doorgeprikt staat netjes' (DS 11 mei) lichtte De Standaard-redactrice Mia Doornaert eens te meer haar schedel, ons een kijkje gunnend op de paranoïde tornado's die kolken in haar lobben. O, kon de overheid maar turbines aanbrengen op Mia's neus en oren! Ons energieprobleem was half opgelost. Debattechnisch echter blijft haar energie gebakken perslucht.
Laat ik beginnen met haar aanval op mijn persoon. Ik was ermee in mijn nopjes. Nu kan ik mij eindelijk eens met open vizier verweren. Meestal meesmuilt Mia even gemakzuchtig als laf over 'progressieven', zonder wie dan ook bij naam te noemen. Zo mekkert ze ook graag over 'zogenaamd links', 'zogenaamde intellectuelen' en 'Cogels-Osyleibewoners'. Het aanhalingsteken is, indien al geen symptoom van achtervolgingswaan, dan toch het handelsmerk van wie gewoonweg niet kan schrijven.
'(De gevierde schrijver) verdedigde het dragen van de moslimhoofddoek in naam van de Verlichting', schreef Mia over mij. Dat was vast niet als compliment bedoeld. Voor mij niet gelaten. Wie mijn bijdrage naleest (DS 30 april) zal wel een andere stelling aantreffen. In naam van de Verlichting, en dus de godsdienstvrijheid, vond ik dat je de hoofddoek niet kon verbieden. Tenzij bijvoorbeeld bij rechters, en zelfs voorzitters van kieslokalen. Op zijn minst is dat genuanceerder dan wat Doornaert suggereert.
Alle moslims die ik persoonlijk ken, zijn het met mijn genuanceerde stelling eens. En wat nog mooier is - aangezien Doornaert vaak door laat schemeren dat ze wel eens 'liberaal' zou kunnen zijn - ook liberalen als minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht en een liberale ideoloog als Dirk Verhofstadt zijn me de afgelopen week bijgetreden. Naar aanleiding van telkens hetzelfde onderwerp: het omstreden nieuwe kledingreglement van de Stad Antwerpen. Van de ene op de andere dag werd het loketpersoneel verboden om het even welk wereldlijk teken of godsdienstig symbool te dragen, van voetbalsticker tot neuspiercing, van tulband tot hiv-speldje. Gehuld in deze bedrieglijke wolk van wereldomspannende objectiviteit werden tot nu toe enkel negen hoofddoekdragende vrouwen weggemoffeld, van loket naar andere echelons. Zelf hadden ze, na jaren dienst en zonder dat er klachten waren over hun werk, niets in de melk te brokkelen. Geen beroepsprocedure, geen inspraak, geen overleg. Je hoeft geen hardcore feminist te zijn om daar vraagtekens bij te plaatsen.
Mia Doornaert plaatst de vraagtekens bij mij. 'Het is hopeloos (Lanoye) en andere “progressieven, eraan te herinneren dat in alle moslimlanden waar de hoofddoek verplicht is, de vrouwen systematisch en verregaand gediscrimineerd worden.' Zou ze dat nu werkelijk zelf geloven? Dat ik daaraan herinnerd moet worden? Dat ik het godbetert goedkeur? Ze insinueert het wel. Terwijl het antwoord op de echte vraag besloten ligt in haar eigen uithaal. Indien vrouwen gediscrimineerd worden in moslimlanden waar de hoofddoek verplicht is, wil dat zeggen dat er ook moslimlanden bestaan waar die hoofddoek niet verplicht is.
En laat dat nu mijn meest centrale stelling zijn. Dat er inderdaad meerdere soorten moslimlanden bestaan. Indonesië is geen Afghanistan, Syrië geen Saudi-Arabië, Somalië geen Bosnië. Het heeft dus weinig zin om zich van slagveld te vergissen, en om aan een Antwerps loket vrouwen van hier te laten opdraaien voor de achterstelling van weer andere vrouwen, duizenden kilometers verderop. Wat lost dat op? Wat bréngt dat op - tenzij nog meer achterstelling, polarisatie en misverstanden, op de werkvloer en daarbuiten?
Er bestaan één miljard muzelmannen, onderling even verscheiden als christenen, joden en seculiere intellectuelen. Het helpt niemand vooruit om van die moslims één monolithisch miljard te maken, bestaand uit louter jihadi's en louter mishandelde vrouwen. Hoe hopeloos is het om Mia Doornaert daaraan te moeten herinneren, wanneer haar eigen krant nog maar kort geleden een wekenlange serie wijdde aan juist dat diverse beeld? Het was pourtant geen kleine campagne. Reclamespotjes op de radio, apart gedrukte bijlages in kleur, en een conclusie die volledig spoort met die van mij hierboven.
Met nagenoeg ieder stuk van haar plaatst Mia die campagne in een huichelachtig daglicht. Het kan toch niet zijn dat het haar werkgever alleen te doen was om wat mediagenieke commotie? Waarna een van de senior journalists ongecontesteerd weer overgaat tot haar oorlogszuchtige orde van de dag, soms tot in het redactionele commentaar toe?
Mia's argumenten blijven daarbij discutabel en niet ontdaan van emotionele chantage. 'Het zicht (alleen al) van de hoofddoek kwetst veel vrouwen.' Mia heeft het uiteraard over zichzelf. Dat is haar goede recht. Maar om haar zielenpijn te staven gooit ze één citaatje op, van uitgerekend Nobelprijswinnares voor de Vrede (2003) Shirin Ebadi, de eerste vrouwelijke rechter van Iran, die na de Islamitische revolutie van 1979 moest terugtreden en sindsdien juriste en activiste is.
Shirin Ebadi heeft ongetwijfeld, zoals Mia ons gekwetst voorhoudt, ooit gezegd dat 'de hoofddoek een teken is van onze (lees: vrouwelijke) minderwaardigheid'. Vooral in Iran is dat schrijnend waar. Maar diezelfde Shirin Ebadi smeekt het Westen bij herhaling om 'niet langer feitelijke schendingen van de mensenrechten toe te schrijven aan de islam.' (Uit: Dynamiek in Islamitisch activisme, een rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid - WRR). Diezelfde Shirin Ebadi zei, op een lezing in Den Haag in 2004: 'De belangrijkste steun die u kunt geven is: niet een godsdienst de schuld te geven van wandaden van mensen, zoals 11 september. Anderen die (met deze wandaad) niets te maken hadden, en die vaak lijden onder hun eigen situatie en hun eigen overheden, kregen ten onrechte de schuld. Mijn verzoek als moslim aan u is: wilt u dat alstublieft proberen te beseffen voor u boos wordt.' (Uit: Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat?, een uitgave van het Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek, Nijmegen 2004).
Dezelfde Shirin Ebadi zei, in een interview in Der Spiegel vlak na haar bekroning, dat 'een islamitische wetgeving heel goed verenigbaar kan zijn met de mensenrechten'. Ik zie het Mia of een Hirsi Ali niet direct beamen. Ebadi zei het nochtans als juriste én als feministe. Ze verzet zich dan ook al jaren even fel tegen een gebod als tegen een vérbod om de hoofddoek te dragen. Vandaar haar vertwijfelde oproep aan de Franse regering, toen die de hoofddoek verbood op haar openbare scholen. Tegenover de onbuigzaamheid van de Franse laicité plaatste Ebadi de pragmatiek van het feminisme: gun de patriarchen geen excuus om meisjes thuis en dom te houden. Láát die meiden studeren, met of zonder hoofddoek, en laat ze daarna zelf beslissen, als ze oud en vooral wijs genoeg zijn. 'Secularisering is een langzaam proces.'
Hoe hopeloos is het, om een bijna gepensioneerde journaliste aan dit alles te moeten herinneren, en te moeten concluderen dat ze tot en met een Nobelprijswinnares valselijk voor haar oorlogskar spant?
Niet dat ze ervan wakker ligt. 'Dan nog', volhardt Mia in haar stukje, 'blijft de vaststelling dat onze gevierde schrijver niet inzat met de waarden van de Verlichting toen Theo van Gogh werd vermoord. Hij gooide de vrije meningsuiting over de haag en ging tekeer tegen Hirsi Ali.' Alsof die laatste twee - tekeergaan tegen Hirsi Ali én de vrije meningsuiting verdedigen - niet verenigbaar zouden zijn.
Hier gebeurt dan ook exact wat ik voorspeld heb, al onmiddellijk na de moord op Van Gogh. Dat Theo, samen met Hirsi Ali, in de strijd tegen heilige huisjes zelf zou worden verheven tot heilige koe. Je mag zijn dood nog zo betreuren, je mag de moord nog zo veroordelen, elk woord van kritiek op zijn woorden of werk heeft op houwdegens als Doornaert hetzelfde effect als een Mohammedcartoon op een Talibankrijger. Ze staan allebei te stomen om zoveel heiligschennis.
We moeten daarbij erkennen dat Mia niet gewelddadig wordt. Haar verdachtmaking is er niet minder doortrapt om. Dat ik zou hebben gejuicht om een gruwelijke moord. Nog wel op een man die ik tien keer heb ontmoet, en met wie ik hilarische interviews heb mogen maken, al waren we het over bijzonder weinig eens.
Ik ga zo'n verdachtmaking niet honoreren door haar uitgebreid te weerleggen. Ik geef, geheel in de geest van Theo van Gogh, la Doornaert liever aanleiding om nog meer te stomen van blasfemiekoorts. Láten we het eens hebben over Hirsi Ali. 'Sinds ze de wijk nam naar de Verenigde Staten (en) een neoconservatieve denktank, grossiert zij in clichés over het moslimgevaar.' Dat zeg ik niet, dat stond in de Vlaamse zakenkrant De Tijd (19 mei). Niet bepaald een 'zogenaamd progressieve' publicatie. Toch besloot de commentator: 'Nergens in haar opiniestuk (over Turkije) geeft Hirsi Ali een concrete maatregel of een wet die de (moslimdemocratische) regering heeft ingevoerd in naam van de islam. Gewoon omdat er geen voorbeelden zijn.' Diezelfde conclusie viel wereldwijd te lezen, tot in de conservatief-seculiere Turkse krant Yeni Safak. 'Premier Erdogan en zijn bondgenoten accepteren werkelijk het secularisme,' zo schreef columnist Akif Emre. (Geciteerd in Herald Tribune, 15 mei)
Aan Hirsi Ali is zoveel wankelmoedigheid niet besteed. De zwarte Jeanne d'Arc roept legers op om gezwind oligarchische putschen te plegen, desnoods tegen een democratische meerderheid in, zonder twijfel of nuance. In naam van de vrijheid spuiten haar verbodsbepalingen en uitsluitingswetten je om de oren, en niet enkel in Turkije. Ze vertoefde amper een halfuur op Belgische bodem en ze had al een oplossing voor Vlaams Belang: buiten de wet stellen. Ik weet niet hoe je zulke gemakkelijkheidsoplossingen moet noemen - democratie à la carte of anekdotisch liberalisme. Veel echte discussie levert het niet op, als iemand zozeer de heilige waarheid in pacht denkt te hebben op basis van haar eigen lichaamsverminking, vermeerderd door de schroom van al wie haar, vanwege die mutilatie, niet durft tegen te spreken. Voor de goede orde: ik vind die verminking vreselijk, we moeten het gebruik bestrijden, en hard ook. Maar we mogen het niet als een vrijbrief accepteren voor intellectuele afdreiging. Christus had misschien zijn stigmata om ongelovige volgelingen de mond te snoeren, Hirsi Ali heeft haar geheime wond. Als u dat een oneerbiedige vergelijking vindt, neem dan het verzameld werk ter hand van martelaar Theo van Gogh. Ik ben in vergelijking fijnbesnaard.
Al kleppert hij rond in naam van de ratio, de drijfveer van Hirsi Ali heet redeloze rancune. Die komt het best tot uiting in haar mantra dat 'een moslim gewoon geen democraat kán zijn'. Is Mia Doornaert het daar eigenlijk mee eens? Het zou alleszins prima sporen met haar neiging om tegenstanders zelden bij naam te noemen, en ze liever te verbergen onder satervellen vol collectieve brandmerken. 'Nuttige idioten.' 'Zogenaamde intellectuelen.' 'Zogenaamde democraten.'
Hou daar toch eens mee op, Mia. En noem niet enkel mij bij naam. Noem bij naam en toenaam alle moslims die zich bij onze nakende verkiezingen aandienen op diverse lijsten. Fatma Pehlivan, Meyrem Almaci, Fauzaya Talhaoui, Nahima Lanjri, Fatima Bali, Anissa Temsamani... Ik beperk me nu tot een handvol van de vrouwen. Noem ze, en gooi hun voor de voeten dat ze volgens jouw idool Hirsi Ali geen democraten kúnnen zijn. Dan kunnen ze zich eindelijk ook zelf eens verdedigen met open vizier. Ik wens je daar, de mondigheid van onze moslima's indachtig, veel plezier mee.